Great Cathedral Composers

Romantic anthems by C.V. Stanford, H. Parry, E. Elgar & J. Goss

Mass in G by C.V. Stanford


C.V. Stanford: Come, ye thankful people, come
E. Elgar: Great is the Lord
H. Parry: I was glad when they said unto me
J. Goss: O pray for the peace of Jerusalem

C.V. Stanford: Mass in G

Helena Maes, sopraan - Joris Bosman, tenor - Joris Stroobants, bas

Laure Dermaut, orgel


zondag 25 september 2016, 16u
Sint-Niklaaskerk, Cataloniëstraat, Gent

------------------------------------

Laat-romantische Engelse kathedraalmuziek

De Britse Europapolitiek wordt van oudsher bepaald door de zorg voor het behoud van het evenwicht tussen de Europese continentale politieke machten. In hun houding tegenover de nieuwlichters in de muziek op het Europese vasteland, houden Britse componisten een geljkaardige houding aan. Soms sluiten zij zich aan bij de Europese avant-garde, maar veeleer nemen zij slechts datgene over wat hen goed uitkomt, en verwerpen zij wat zij te extreem vinden. Benjamin Britten – nomen est omen - is daar een goed voorbeeld van, en zo ook Charles Villiers Stanford, Hubert Parry  en Edward Elgar.

De van oorsprong Ierse componist, Charles Stanford (1852-1924), gaat in Leipzig studeren en dweept er met Wagner’s Meistersinger – en allleen met die Wagner-opera trouwens, maar later haat hij Richard Strauss’ muziek, en na de eerste WO heeft hij enkel nog denigrerende woorden over voor de nieuwlichters van de jongere generatie. Zijn muziek huldigt een romantisch klassicisme dat nog eerder bij Schumann aansluit, dan bij Brahms. In feite ondergaat hij in Leipzig vooral de invloed van de aartsconservatieve, maar oerdegelijke Carl Reinecke (1824-1910). Stanford kijkt op naar het niveau van de Duitse orkest en betreurt het lage niveau van hun Engelse tegenhangers. Wanneer Charles Grove hem in 1883 vraagt om compositie en orkestdirectie te geven aan het Londense Royal College of Music, aanvaardt hij dat zonder aarzelen. Zo kan hijzelf het niveau opkrikken, en zijn compositiestudenten laten beschikken over een degelijk orkest om hen het resultaat te laten horen van wat ze neergeschreven hebben. Overigens is hij als compositeleraar vooral gevreesd: “It's damned ugly, my boy" is zijn meest gehoorde commentaar. Tot zijn leerlingen behoren o.m. Ralph Vaughan Williams (1872-1952), Gustav Holst (1874-1934), Frank Bridge (1879-1941) en John Ireland (1879-1962).

Hubert Parry (1848-1918) wordt door Stanford geapprecieerd als het beste wat Engeland voortgebracht heeft op vlak van muziek sinds Henry Purcell, en men kan Perry zeker geen gebrek aan historische dimensie verwijten. In de jaren 1880 schrijft hij artikelen voor de (vandaag nog steeds verschijnende) Grove’s Dictionnary of Music and Musicians en in 1909 een monografie over Bach: Johann Sebastian Bach: the Story of the Development of a Great Personality .

Ook Hubert Parry – vooral bekend om zijn Jerusalem - loopt hoog op met Schumann en Brahms, en, in tegenstelling tot Stanford,  ook iets meer met Wagner. Naast een Engelse compositieleraar - William Sterndale Bennet (1816-1875- heeft hij er ook een Duitse, de Wagneriaan Edward Damreuther (1844-1905). Alhoewel Parry’s vader voor hem de verzekeringsbranche heeft uitgekozen – Parry werkt daadwerkelijk ook zeven jaar voor de Lloyd’s Company – wordt hij in 1883 leraar compositie en muziekgeschiedenis aan het Londense Royal College of Music en na Grove’s vertrek, ook directeur van die instelling. Canterbury CathedralStanford betuigt zijn sympathie bij Parry’s aanstelling, maar toch verslechtert hun onderlinge relatie, vooral dan omdat Stanford zijn vroegere protégé Parry niet aanvaardt als zijn superieur. In tegenstelling tot Stanford, staat Parry meer open voor nieuwe muziek, en dat appreciëren zijn studenten heel erg. Dat Ralph Vaughan Williams, Gustav Holst, Frank Bridge en John Ireland - allemaal ook compositiestudenten bij Stanford in hetzelfde Royal College of Music, tot de top behoren van de Britse muziek in de eerste helft van de 20e eeuw, heeft zeker te maken ook met de open mind die Hubert Parry hen in zijn lessen meegeeft.

Tot zijn grote frustratie mag Edward Elgar (1859-1934) niet naar Leipzig gaan studeren van zijn vader, en al evenmin een muzikale carrière uitbouwen. Hij moet een baan als notarisklerk aanvaarden. Blood is thicker than water [Het bloed kruipt waar het niet gaan kan], en na zeven maanden laat Elgar zijn baan als notarisklerk al staan. Hij leest onzettend veel, o.m. de artikelen die Parry voor de Grove’s schrijft, treedt op als violist, dirigeert, speelt ook fagot, en componeert. In 1880 krijgt hij uiteindelijk de kans om Saint-Saëns in Parijs te horen en in 1882 bezoekt hij Leipzig waar hij concerten meemaakt met muziek van Schumann, Rubinstein, Brahms en Wagner. Aan het oratorium The Apostles (1903) van deze componist, die vooral bekend is om zijn Enigma Vairations, The Dream of Gerontius en Land of Hope of Glory, wijdt Vox Mago een nieuw project waarvan de uitvoering voorzien is voor mei 2016.

In hun tijd worden Parry en Stanford, samen met Alexander MacKenzie beschouwd als herauten van een nieuwe renaissance in de Britse muziek – The English Musical Renaissance, waar George Bernard Shaw de spot mee drijft. Shaw was echter wel een fervent Wagneriaan en schreef trouwens The Perfect Wagnerite, wat in de eerste plaats op hemzelf van toepassing is.

Een Engelse “school” kan men die drie componisten moeilijk noemen: Stanford is een Ier, Parry schrijft Darwinistisch geïnspireerde cantaten en Elgar wordt door Stanford beschimpt om “his religion”, want katholiek. Nochtans houden wij van hun muziek het beeld over van een laat-romantische, bijna nationale, Engelse kunst van extreme emoties, niet helemaal vrij van vulgariteit, pompeus en overduidelijk aristocratisch in uitdrukking  ["too emotional", "not quite free from vulgarity", "pompous", "too deliberately noble in expression" - Edward J. Dent]. Alleen Engelse muziek kan dergelijke uitersten combineren.

In het programma met Engelse kathedraalmuziek van Vox Mago is er ook plaats voor John Goss (1800-1880), de laatste Engelse componist die zich enkel op religieuze muziek toelegde. Goss studeert bij de kathedraalorganist van Saint Pauls in Londen, Thomas Attwood (1765-1838), en volgt deze daar ook op, na een carrière van 14 jaar als organist in Saint Luke’s in Chelsea. Van Attwood erft Goss de liefde voor Mozart, bij wie Attwood in Wenen in de leer was gegaan. Zelf schrijft Goss een verschillende malen heruitgegeven harmonie en basso continuo methode An Introduction to Harmony and Thorough-Bass, en gedurende 47 jaar onderwijst hij harmonie aan de Londense Royal Academy of Music.

Ignace De Keyser (musicoloog)


sideBar